Jolanda en René vertrekken naar Oeganda

Slide 1

Login Form

Blog


Oeganda 2013

Gemaakt op zondag 24 maart 2013 18:32

Tanzania - Pringles en een bakkie koffie.

Twee weken vakantie in vogelvlucht

 Equator Evenaar Einder Equador Uganda

Vakantie Week 3, de laatste week. Pasen 2013 willen we vieren in Naalya, bij Worship Harvest, waar we aangegeven hebben lid te worden. Integreren in Oeganda houdt ook in een familie en vrienden om je heen bouwen en bij Harvest hebben we inmiddels goede contacten en beginnen de vriendschappen te groeien.

 

De Oeganda Visa verlopen op 30 maart, dat houdt in dat we op een week na al weer drie maanden in Afrika zijn. Mén wat gaat de tijd snel.

De laatste 2 weken stonden in het teken van vakantie en ook achteraf gezien was dit exact het juiste moment daarvoor. Van Kampala zijn we, na de kerk en het bezoek aan Jawii, in Bulamu, voor de introductiedag van de school, doorgereden naar Fort Portal. De afgelopen weken hebben we in het westen van Oeganda een aantal afwijkende steden / plaatsen gezien, maar verder geeft Oeganda overwegend het zelfde straatbeeld. Groene omgeving, bruinrode aarde, Matoke bananen en ofwel een strakblauwe lucht ofwel veel regen. Het regenseizoen is ingegaan en dat levert voor ons veelal de opmerking op dat het goed weer is om te reizen. Het is wel gaaf om te zien dat, daar waar op de kaart het Kibale Nationaal Park begint, een tiental bavianen op de weg zit. Om wild te zien hoef je niet overal de intree van de parken te betalen, beesten trekken zich niet al te veel van grenzen aan.

 

Kibale Forrest CVK Chimp Budget ResortRwenzori Mountains 

Fort Portal ligt op circa driehonderd kilometer van Kampala. We zijn begonnen in het Kibale Rain Forrest, bij CVK, al laat op de avond aan één van de krater meren, waar we een relatief stoffig en vergane glorie kamer kregen in een resort met ongekende mogelijkheden. In omgevingen zoals hier begint het toch bij ons allebei te kriebelen. Wat een gemiste kans om hier de afgelopen jaren niets aan onderhoud gedaan te hebben, aan een spiegelglad meer waar zelfs een Hippo schijnt te zitten. We besluiten dan ook na het ontbijt door te gaan naar de andere kant van het Kibale forrest. Van twee gasten van ICU hadden we wat adressen van deze omgeving gehad en dit samen met de recenties van Trip Advisor (echt een aanrader voor de reizigers zonder informatie) vinden we aan Lake Nubuku een heerlijk rustig huisje boven op een berg met zonder stroom en dus ook verplichte rust van internet en email. Hier starten we met drie dagen vasten, niet uit kostenoogpunt maar gewoon omdat we daar verwachting van hebben en het bevalt goed. Samen wandelen we over de berg en tussen de apen door en op dag twee dalen we, volledig in het regenwoud, de berg af, met drie Oegandezen met grote messen achter ons aan. Onderweg even stil staan doen we slechts één keer. Het is best vermoeiend om door dit vochtige klimaat en de lianen te bewegen met in gedachten de gevaarlijke slangen die hier kunnen zitten, maar als we stilstaan en onze voeten ineens pijn doen omdat de kaken van giga boommieren in ons vlees voelen, begint de adrenaline te gieren door je lijf en wil je alleen nog maar vaart maken, maar je weet nog altijd niet wat je te wachten staat. Zeker niet als je even later tot je enkels in de blubber van het moeras zakt. Wat zijn we toch een helden en wat zijn we ook een lekker eigenwijs stel, op onze sandalen en slippers, in korte broek, door een gebied waar de meeste Nederlanders in volledige safari uitrusting, met dragers en spoorvolgers heen trekken. Beetje Naief maar wel heerlijk onszelf zijn. Terug op het gras genieten we weer van de tientallen apen om ons heen. Zwart Witte Colobussen, Redtales en Babboons.

 Fort Portal Rwenzori Travellers InnRwenzori Travellers Inn Hotel

 

Eind van de week verplaatsen we ons naar de stad. In Fort Portal hebben we Dutchess bezocht, een Bed and Breakfast / Restaurant dat door Nederlanders wordt gerund. Lekker gegeten al viel de sate tegen omdat we een groot stuk kipfilet kregen in plaats van de verwachte stokjes en ook de pindasaus was echt Oegandees. Omdat Dutchess vol geboekt was, weken we uit naar de Rwenzori Travellers Inn en of je nu gelovig bent of niet, God\het lot zet je vaak in situaties die je eerder niet kon bedenken. Een gaaf hotel met bijeengeraapte curiosa en een mooi grote kamer met electra en een bad. Die is voor René. We eten uit bij restaurant Garden en dat doen we nooit meer. De hamburger die ik krijg doet aan de kraters van de omliggende meren denken en geven me een nacht lang buikpijn van het gas, maar we weten wel een hoop leuke souveniers te scoren, zowel voor in Nederland maar ook voor de inrichting van ons huis in Oeganda. De tweede dag trekken we naar de grens van Congo. Een weg die vorig jaar nog onbegaanbaar was, is nu in handen van Chinezen en al bijna volledig afgerond, en maakt de reis door de bergen (Rwenzorigebergte) ec ht tot een aanrader voor iedereen die in Oeganda een andere omgeving wil zien.De tocht krijgt een bijzonder tintje als de temperatuur van de motor steeds hoger wordt en we moeten stoppen, waarna blijkt dat er een zeker 5 cm grote scheur zit in de retourslang van de radiateur naar de motor. Nu wordt het echt Oegandees rijden. Jolan’s T-Shirt doet dienst als afbinddoek en gelukkig hebben we grote 5 liter flessen water achterin, die er voor zorgen dat de 5 keer die we in de komende 30 km moeten stoppen, telkens de radiateur kunnen vullen. De laatste stop is bij de hoofdpoort van de rangers van het Nationaal Park, waar toegang tot het park kan worden betaald. Hier wordt met de rangers een oplossing gezocht voor onze “schade” en door twee oegandezen de slang meegenomen naar een nabijgelegen dorpje om m met een binnenband en tape tijdelijk bruikbaar te maken. Na een uur vertrekken we weer en houdt de slang het 20 km uit. Gelukkig weten we dan zelf met plastic zakken en de fietsband het gat zo te dichten dat we Fort Portal kunnen halen, waar Tom van Dutchess ervoor zorgt dat de volgende dag door een monteur een nieuwe slang wordt geinstalleerd. De bellboy van de Travellers Inn stelt zichzelf en zijn werkzaamheden voor. Tom Kam is counceller van de Parish (deelgemeente) van Bukono, een gebied naast Fort Portal en, zonder verder details te geven, zijn verhaal spreekt ons aan. Met drie vrienden zorgt hij voor de omgeving van zijn plaatsje, waar hij wezen begeleidt in het uitgeven (ontvangen) van biggen, een soort”koe voor een koe” programma. Hij nodigt ons uit om te komen kijken en daar gaan we graag op in omdat we voor onszelf en voor de stichting ook mogelijkheden zien. De omgeving waar we terecht komen is weer echt de village omgeving van Oeganda. We baggeren door de Matoke velden, ploeteren door de weilanden en zijn echt onder de indruk van wat Tom en wat de groep vrienden al voor elkaar hebben gekregen. We bezoeken een viertal adressen waar al biggen zijn “uitgeleend” en bespreken ons eigen laatste idee, lamb4lamb. We tekenen een overeenkomst om twee geiten aan te kopen, risico en investering vanuit ons bedrijf, aankoop en verzorging onder verantwoording van deze groep van 4 jongens. De helft van de geiten en de opbrengst voor Gopherit www.gopherit.es en de andere helft voor de groep vrienden, die met de leg van de geiten de start van het weggeven van geiten in de omgeving. Deze super dag, afgesloten met local food (geitenvlees) sluiten we af door door te reizen naar Kasese (150 km zuidelijker).

 Busoro Parish Lamb4Lamb Busoro Parish project Fort Portal Tom Kamara

Kasese is een een lange straat, verdeeld door een rotonde. Ook hier hadden we een adres van een bijzonder onderkomen. Omdat we het zonde vinden om toeristentarieven te betalen proberen we overal voor maximaal 25 euro te overnachten, waar in de echte toeristen resorts de prijzen al snel oplopen tot 250 dollar per persoon per nacht. Soms valt zo’n locatie dan tegen maar we zien al snel dat we tussen de 13 en de 20 euro per kamer per nacht heel veel kunnen boeken.

Kibale Rain Forrest Kasese Rain Forrest Uganda Rain Forrest Regenwoud Oeganda Uganda

Toch is het eigenlijk te veel, tot drie uur bij Tom in de village en dan nog naar Kasese en vervolgens van Kasese 20 km terug over dezelfde weg en dan nog zeker een half uur 4 wheel drive wegen totaan het Rwenzori Reserve Guesthouse, echt midden in de bergen. De locatie is schitterend, edoch, het reizen, de regen en de chagrijnige afwachtende toetsende blik van de erg arme bevolking in deze omgeving, in combinatie met de toch wel spannende tocht, niet wetend waar we uit komen, zorgt ervoor dat we de schoonheid van dit alles niet echt kunnen waarderen. In the middle of Nowhere, geen horren dus al om negen uur ’s avonds onder de klamboe, en nog geen uur later horen we iemand roepen naar ons en zeggen dat we de deur open moeten maken. Daarna Security roepen en Mzungu om ons te vertellen dat het goed is. Uiteraard doen we de deur niet open. We liggen in een huisje onderaan de berg, verwijderd van de receptie en het kan iedereen zijn die buiten staat. We voelen ons beschermd maar echt prettig is het niet en we doen dan ook de volgende dag ons beklag bij de receptie die hier ook duidelijk van schrikt. De hele atmosfeer en omgeving geeft ons geen rust en we besluiten dan ook om na het ontbijt (een pancake die bestaat uit een drie cm dikke kaneel cake) direct door te trekken naar Kabale. Diep in het zuiden van Oeganda en dan ook opnieuw 150 km reizen op een 50 km asfalt en 100 km werk aan de weg. De reis gaat voorspoedig, alhoewel het heel vermoeiend rijden is, maar ik ben blij om deze weg nog in deze staat gereden te hebben. Hier ligt ook volgend jaar 150 km strak Chinees asfalt.Het meest gave van deze rit vond ik het eerste deel waarbij je over de hoofdweg door het Queen Elisabeth park heen rijdt. Uiteraard zie je in dit onbetaalde algemene deel niet de grote kuddes wild, toch, toerend met een langzaam gangetje, raam open, armen bruinend in het zonnetje, spotten we regelmatig buffels, antlopes en aapjes.

Over de evenaar

Over de evenaar

Kabale trekken we door, om 8 km verder, tussen de bergen en de steengroeven door, aan lake Bunyonyi bij Kalebas te arriveren. Grosso Modo is het bergvolk dat in het west / zuid-westen van Oeganda woont veel afwachtender en minder spontaan dan wat wij gewend zijn. Er wordt ook meer gebedeld en verwacht. Wij kregen een beetje het idee dat we hadden toen we een aantal jaren geleden door Tjechie reden. Het kan zo maar zijn dat het komt omdat de gemiddelde blanke die hier in deze gebieden komt toch bulkt van het geld met de intentie om dit uit te geven aan toeristische aktiviteiten en bezoeken van nationale parken, terwijl in de omgeving waar wij “werken” de blanken de gevers zijn in de projecten en er veel minder om geld gevraagd wordt omdat men weet dat dat al in de projecten verdwijnt.

 Kalebas Kabale Lake Muyonji

Kalebas was vroeger van een Nederlander die inmiddels in Queen Elisabeth n.p. een lodge is begonnen. De huisjes, de tuin en het personeel zijn voor slechts 50.000 shilling (17 euro) per nacht tot onze beschikking omdat we de eerste twee dagen de enige gasten zijn. De kok kookt internationaal en we gebruiken de menukaart niet maar bestellen lekker uit ons hoofd. De derde dag huren we een kano en na de grapjes die we over de uitgeholde boomstam aan het steiger gemaakt hebben, hebben ze ons te pakken en krijgen we deze indianenkano om het meer te kruisen. Dat valt absoluut niet mee. Twee eigenwijze mzungu die peddelen wat ze kunnen en echt allebei hun best doen om het er zo goed als mogelijk vanaf te brengen, maken toeren over het meer, waar de Oegandese bevolking het volgend jaar nog over heeft. Het lijkt zo simpel, een tiental meters vanaf ons verblijf ligt de lokale markt, waar de hele dag bootjes met marktwaar vertrekken naar het gebied aan de overkant, één man met een peddel die slechts aan één kant van de boot roeit en in kaarsrechte lijn oversteekt. Wij zitten met twee peddels, doen ons stinkende best om de boot richting en vaart te geven en maken voornamelijk rondjes om de kerk. Als we net iets vaart hebben leidt de boot een eigen leven en wijst de steven ineens de andere kant op als wij m opsturen en na correctie blijkt het gemakkelijkst om achteruit te varen. Onze commetaren op elkaars peddelen zijn tot in Tanzania hoorbaar en de samenwerking is verre van optimaal omdat de boot ons tegenwerkt. Als we de theorie helemaal perfect uitvoeren blijkt de praktijk van de boot anders te zijn. Afijn, we hebben ook lol en achteraf zijn we toch op het eiland aan de overkant gekomen en hebben we heerlijk geslapen toen we eindelijk terug aan het steiger afmeerden.

 

Op dag twee lukt het me eindelijk om een hengel aan te schaffen. De locale bevolking is bevraagd en eindelijk is er iemand die haken heeft en met drie bamboe stokjes aankomt met zelfgemaakt draad en een zelfgemaakte haak. Samen met hem en de manager van Kalebas zoeken we wormen in de kant van de kade en maak ik een deegje van wat oud brood en pindakaas en na twee uurtjes in de brandende zon heb ik toch 26 mini tilapia en een voorntje uit het water weten te peuteren.Als ik de kok later verteldat ik ze terug gegooid heb, schudt hij meewarig zijn hoofd en beloof ik de volgende vangst met hem te delen en samen geroosterd op te eten.

 Nationaal Park

Na de rust van Kabala trekken we verder naar Mbarara. Opnieuw vinden we een meer en dit keer een bijzondere. Na de grenzen van de parken opgezocht te hebben lijkt het me leuk om één keer een hoop geld uit te geven aan de entree van een wildpark. Een half uur na Mbarara, na 20 kilometer off road weg, vinden we de toegang tot het Lake Mburo National Park. Het kleinste wildpark van Oeganda, met nog altijd vele vierkante kilometers. Rond het meer strekken zich heuvels en dalen met Tamarinde en Mesquite uit, waartussen grote hoeveelheden soorten herten, antilopen, buffels, apen, bavianen, zebra’s en nijlpaarden bevinden. Ook, net als bij de voorgaande meren, honderden soorten vogeltjes en vlinders. Mooi om papagaaitjes, kingfishers en vele soorten gekleurde en roofvogels te zien fladderen. Tijd om weer even Luganda te praten;inmiddels is het hele openingsritueel in het Luganda er aardig in en ondanks het feit dat we in dit deel van Oeganda Toroo en Swahili wordt gesproken kan je ook overal wel met Luganda terecht. Dat opent dan ook deuren en ook hier, als ik Noah, de parkwachter, uitbundig begroet en inclusief het lachen en het handen slaan met hem de begroetingen afwissel, is zijn glimlach van oor tot oor en worden we direct als residents (inwoners) ingeschreven en krijgen we alle richtlijnen te horen. Voor diegenen die, net als wij, nog nooit in een nationaal park zijn geweest, volgen hier enkele details.

 Overnachten bij de Rangers National Park Pumba

     

 

 

 

 

 

Er was veel wild in Afrikaanse landen, waarvan met name door stropers en urbanisatie steeds meer soorten verdewenen. Uiteindelijk zijn de regeringen van deze landen tot de conclusie gekomen dat ter bescherming van deze inheemse diersoorten in combinatie met kassaopbrengsten uit toerisme, de natuurlijke habitat in diverse streken beschermd en afgeschermd diende te worden. In West Oeganda zijn op deze manier een zevental Nationale Parken gedefinieerd. Er staan, voor zover wij dat hebben kunnen beoordelen, geen hekken om de parken, hoewel de toegangswegen wel zijn afgezet met poorten en wachthuisjes. De toegangswegen zijn geen doorganswegen, hoewel ze daar we aan kunnen liggen en er ligt een uitgebreid wegennet door de parken heen, waarbij het mogelijk is om van poort naar poort te trekken en dus kilometers verder op de doorgaande weg weer uit te komen. Toegang tot de parken is redelijk prijzig, zeker gezien de lokale bedragen enzorgt voor veelinkomsten voor Oeganda. Ook werkgelegenheid wordt voorzien, aangezien per park zeer veel rangers actief zijn om stropers en toeristen in de gaten te houden. In de parken is het niet ongebruikelijk om Oegandezen te vinden die, uit historisch recht, er wonen. Op het moment dat wij in Mbarara koffie dronken en een krant kochten waren er 2 ivoor stropers (olifant neergeschoten voor 1500 euro ter verkoop van ivoor aan een handelaar in Kampala en een vlees stroopster (zak met bavianenvlees bij zich voor verkoop aan blanken) opgepakt in 2 nationale parken. Doordat er geen hekwerken in de parken aanwezig zijn is er een richtlijn dat bezoekers alleen de gebaande paden mogen gebruiken en indien auto’s toegestaan zijn men in de auto moet blijven tenzij het gebied zich leent om er uit te gaan. Zodoende kan plaatselijke bevolking dus overal de parken in en zijnonbekendengebonden aan de uitgezette routes.

 Badderen in het wild

De prijzen van de parken varieren van 500 dollar per persoon voor de Gorilla tracking (Gorillas zijn schaars en er worden dus weinig tickets uitgegeven) tot circa 35 dollar per persoon voor de kleinere parken voor toeristen. Voor local residents (inwonend met werkvergunning) gaat daar ca 10 dollar vanaf en voor Oost Afrikanen is de prijs ca 10 dollar. Ook voor de auto komt daar nog 10 tot 150 dollar bij en dan praten we over de prijs per 24 uur. In veel parken is overnachting mogelijk en dan wordt het voor toeristen heel erg interessant maar ook heel erg uitkijken als er niet een compleet arrangement vooraf is betaald. Met Noah bespreek ik de mogelijkheden voor overnachting en er blijken een zestal resorts in het park te liggen. We hadden via tripadvisor interesse gekregen in de Arcade Lodges, hoewel Noah ons vertelt dat we daar 250 dollar per persoon per nacht voor moeten betalen (SLIK). We vragen hem naar een goedkoop alternatief en dan blijkt dat we voor 13 euro per nacht samen bij de rangers in een banda kunnen slapen. Als we het park langer dan 24 uur bezoeken dienen we bij het uitreiden opnieuw een dagtarief at te rekenen.

 Buffel gespot

We zijn nog maar net in het park als we de pumba’s (wrattenzwijnen) zien lopen. Zeker de eerste zijn leuk en alsnel vinden we gazelles en zebra’s, gevolgd door apen en wat klein wild en byzondere vogeltjes. We bezoeken één vande tentenkampen en maken een leuk praatje met de manager die ons vertelt dat kijken niets kost en dat is kaasie voor een Hollander. De tenten zijn luxueus en schitterend, het restaurant straalt weelde en rust uit en het uitzicht is magnifiek. Duidelijk ontworpen aan de hand van Engelse ideeen en de fanta smaakt ons prima, zeker zo lekker als in de goedkope accommodatie die we gewend zijn. We lachen ons een breuk als we later de banda voor 40.000 shilling huren, leuke gesprekjes hebben met de rangers en terugdenken aan de prijs van 250 dollar van de extreem luxe tenten. We gooien er nog eens dertien euro tegenaan voor 2 grote hele tilapia’s in het restaurant aan het meer, waar we na 5 minuten zitten al worden opgeschrikt door de herrie van de nijlpaarden die op enkele meters vanaf de kant hun kop boven water steken. Als we in het donker terugrijden naar onze banda blijkt het hele land voor ons huisje bevolkt te zijn door gazelles die heerlijk staan te grazen. Om acht uur hoeven we niet te wachten op de wekker, we hebben om 9 uur voor ontbijt afgesproken dus na een warme douche (ongelooflijk, een 200 liter drum bovenop een houtskool vuur, een trap ernaartoeen een tap vanaf de drum geeft dus, afhankelijk van hoe lang het vuur al brandt, warm tot zeer heet water. Wat een uitvinding ;-) stappen we de auto in en rijden we om het meer heen. Oog in oog komen te staan met groot wild is een ervaring op zich. Omdat wij zelf rijden en geen gids hebben zien we geen luipaard en geen hyena’s (daarvoor moet je een nachtsafari boeken en ook wel een beetje weten waar die zitten) maar blijkt dat we wel twee uitzonderlijke taferelen meemaken. Het heeft hard geregend de afgelopen nacht en de dag ervoor zodat er geen sprake is van grote kuddes die naar het meer trekken maar het wild heeft nu overal water. Als we in een schijnbaar verlaten omgeving met de auto een bocht naderen zien we een enorme kont en stoppen we snel om een buffel in een diepe plas water te zien staan baden. Loom en elegant, gestoord door onze komst, strekt hij of zij zich uit en wendt de grote hoorns naar onze grill, de typisch nonchalant chagrijnige blik in de ogen van de Balrog uit Lord of the Rings. Zo dichtbij bij een buffel van een paar duizend kilo zorgt ervoor dat je stil wordt van de elegantie waarmee dit beest hautain zijn weg vervolgt de bosjes in. Een paar wazige fotos zijn het enige bewijs van wat we gezien hebben. Nog napratend wringen we ons door de plassen en geulen heen, opnieuw heel erg blij met onze auto, dit 18 jarig oerbeest geeft ons een hoop lol. Een paar plassen verder schrikken we een Nijlpaard op uit haar modderpoel en zien we de dikke derriere van ma Hippo de struiken in waggelen. Unieke ervaringen die ons toch verblijden met het feit dat we dit park bezocht hebben. In het regenwoud was een bijzondere driehoornige kameleon te zien, hoewel het regenseizoen, waar we ons in bevinden, absoluut de slechtste tijd is om als toerist het regenwoud te bezoeken, we hebben aan de randen van Kibale Forest, aan de kratermeren en dwars door Queen Elisabeth park gereden en gelopen en dan midden in een park verblijven, tussen de beesten slapen en zelf ertussendoor rijden is een geweldige ervaring. Na een lekker ontbijt zeggen we Tulabagane (tot ziens) tegen Bosco en rijden we de laatste 30 km door het park en over de onverharde weg terug naar de weg van Mbarara naar Masaka. Een geweldige weg waar de patrol de 130 km per uur haalt zodat het niet lang meer duurt voordat we in Masaka aankomen. Wat een vervallen voorstad!

 Later hebben we lange gesprekken met Resty, de waitress van Plot 99, die ons vertelt dat Masaka een bloei heeft doorgemaakt door Engelse kolonisten vanaf 1940 tot 1962, het jaar waarin Oeganda onafhankelijk werd en de Engelse zich terugtrokken; daarna is de bloei nog wel doorgegaan maar in 1986 lag Masaka zwaar onder vuur toen de troepen vanuit Tanzania en zuid Oeganda in het Idi Amin regime Masaka vrijwel met de grond gelijkmaakten. De barakken liggen nog op een half uur rijden van de plek waar wij verblijven. Het is duidelijk te zien dat er vanaf de bombardementen van Masaka geen fondsen meer beschikbaar zijn geweest om de stad opnieuw op te bouwen. Veel straten zijn vervallen, panden half af of half gesloopt en de stad geeft een treurige aanblik. Als je dan over de sociale aspecten van hulpverlening praat is er hier nog een fenomeen duidelijk zichtbaar. In Masaka ligt een grote sloppenwijk waar stukjes land (krotjes) verhuurd worden voor 10.000 shilling per maand, vrijwel voor iedereen betaalbaar. De HIV problematiek heeft ertoe geleid dat er een staatsproject is gefinancierd om gratis HIV councelling en medicatie in Masaka te verlenen. Veel HIV besmetten uit de villages wilden deze hulp graag gebruiken maar konden de kosten of de looptijd van de reis niet dragen en hebben zich verplaatst naar de relatief goedkope oplossing van de sloppenwijken. Echter om de 10000 shilling (3 euro) per maand te bekostigen begeven deze vrouwen zich in de prostitutie voor 3000 shilling per beurt, waarbij met name de onderlaag van de mannen (de boda (scootertaxi) drivers) met lage salarissen) gebruik van maakt. Het verlenen van gratis HIV opvang en medicatie lijkt zodoende het HIV probleem veel groter te maken in plaats van het probleem te reduceren.

 Masaka

Masaka, in de tripadvisor vinden we een redelijke beoordeling van Hotel Zebra. De Nissan zwoegt de steile berg op en we krijgen een kamer met alle comfort toegewezen. In de stromende regen zien we Masaka bijna niet liggen, echter na geinstalleerd te zijn en genoeg te hebben van het lamplicht in onze toch wel donkere kamer, besluiten we door de zon een eindje verder te lopen. Op de hoek van de straat zien we een wegwijzertje Plot 99 Food, lounch, drinks en omdat we lekker lopen lijkt een poosje lounchen geen slecht idee en dat is het zeker niet. Plot 99 wordt gerund door een Belgisch echtpaar en heeft een onberispelijke staff. Resty legt ons in de watten met heerlijke Tapas, Belgische Frieten, verse sapjes en mooie verhalen. Het bevalt ons zo goed dat we de volgende dag na het ontbijt direct besluiten om terug te gaan en er uiteindelijk dan ook de hele dag doorbrengen. Lounchend in de heerlijke tuin, op kussens een beetje internetten en genieten van het zonnetje dat ons bruinbakt en weer naar de schaduw stuurt, een spelletje mens erger je niet en nog wat babbelen om de volgende dag te merken dat we het echt getroffen hebben en dat we weer schitterend reisweer hebben. Stromende giet.

 Dit was Oeganda, op naar de grens. De visa zijn verlopen dus we hebben besloten om een paar dagen naar Tanzania te trekken. In de Oeganda gids staat vermeld dat we vanaf Masaka zeker 4 uur moeten rekenen op de slechte weg en zeker een halve dag bij de Tanzaniaanse grens. Spannend. Na een uurtje rijden we tegen een slagboom met een grote ketting met hangslot op. De politie komt het hokje uit en wijst op een Oegandees die ons vraagt of we Tanzania in willen en als we dat bevestigen gebaart hij ons de auto achteruit te parkeren en met hem mee te lopen. Hier hebben we niets over gelezen. Wie is die man met zijn rubber kaplaarzen en z´n regenboogparaplu. De politieagent gebaart ons met hem mee te gaan dus ergens moet het wel goed gaan en een beetje hulp is niet erg. Als hij om het eigendomsbewijs van de auto vraagt gaat het even kriebelen, hoewel, hier heb ik wel op gerekend, we hebben dan wel een auto op onze naam staan, maar niet officieel bij de URA. De eigendomsoverdracht van deze auto is sinds de eerste eigenaar altijd via handgeschreven berichtjes gegaan omdat de Oegandese Overheid zo traag werkt dat het allemaal lastig is om een auto over te schrijven. Zo hebben wij in Kampala ook een handgeschreven A4tje met een handtekening van ons en van Arjan liggen maar de slechte copy van het eigendomsbewijs staat nog altijd op naam van de vertegenwoordiger van Plan (Foster Partents Plan) en dat is nou net wat lastiger als je er de grens mee over wilt. Afijn, op zijn vraag geef ik deze man de copy, het is maar een copy dus daar zal hij toch niet mee weglopen. En daar sta je dan als 2 blanken. Je weet dat je naar immigrations moet om uit te schrijven in Oeganda en in te schrijven in Tanzania maar de grens zit potje dicht, gemaskeerd door honderden containertrucks die waarop dan ook staan te wachten en een vreemde loopt zelfverzekerd met je eigendomsbewijs en vertelt je eerst naar immigratie te gaan en je daarna verder te helpen. Wel, het liep allemaal goed af en hierbij even de tips voor diegenen die dit ook zelf gaan doen. Ik verwacht dat we het goed gedaan hebben. Onze ervaringen aan de grens van Kenia en qua betalingen aan Oegandezen hebben geholpen, mocht iemand denken of weten dat we te veel hebben laten doen dan horen we dat graag en lachen we mee om onze onwetendheden.

 Na een uitschrijvingsstempel op ons Oeganda Visum werden we meegenomen naar Uganda Customs Authority waar door onze vreemdeling het eigendomsbewijs van de auto overhandigd werd aan de Douane beambte. Hier werd een eigendomsverklaring van de auto getekend, waar een hoop bluf ervoor zorgde dat wij als eigenaar en blank gewoon een getekend formulier kregen ondanks het feit dat de auto op andermans naam geregistreerd staat (Why is your name not on this document / well the car is bought by a foundation and used by many people going from CEO to CEO / OK so you work in a consortium / yes sir we do / OK)

 Vervolgens werden we meegenomen naar een copieer bedrijfje voor een copy paspoort en daarna naar een kantoortje voor een verzekering voor de auto. Hier begon het even te kriebelen en ben ik nog altijd niet zeker of dit werkelijk nodig was. In Oeganda zijn we verzekerd en hier kwamen we er achter dat er een Yellow Card nodig is zoals we in Nederland de Groene Kaart van onze verzekering hebben. Een jaarverzekering 3rd party in Oeganda kost ongeveer 10 euro en deze gele kaart kost 35 euro voor een maand dus ook al is ie nodig vraag ik me af wat de kosten werkelijk zijn. IN ieder geval werd ons verteld dat met deze gele kaart alle Oost Afrikaanse landen gedekt zijn en dat voor 160 dollar per jaar een Oost Afrika verzekering rond is. Uiteindelijk na dit alles vrij vlot geregeld te hebben ging op aangeven van onze vreemdeling het slot van de poort en werden we meegenomen naar de Tanzaniaanse douane waar we de gebruikelijke inklaring verzorgden en 50 dollar per persoon moesten betalen voor de Visa, terwijl onze vreemdeling voor ons de auto aan het inklaren was als tijdelijke export van de auto (vreemd idee, een auto met Oegandees kenteken en verzekering en eigenaar die tijdelijk geexporteerd moet worden naar een ander land om daarna weer geimporteerd te worden in je eigen land / maar volgens de douaniers was dit ook echt nodig). 50 Dollar per persoon, hoeveel is dat in Oegandese Shilling (Net voor vertrek naar Tanzania is het me gelukt om bij Barclays in één keer 2 miljoen op te nemen (ca 500 euro), Sorry geen Oegandese Shilling. Tanzaniaanse shillingen dan, sorry alleen Dollars of Euros en dan net zo veel euros als dollars. Heel vreemd, een grens waarbij niet in de locale munteenheid betaald wordt en waar alleen vertrouwd wordt door de regering op harde valute en dan ook nog eens als je in euros wilt betalen ongeveer 1,3 keer zo veel moet betalen als in dollars. Sorry maar als u geen dollars hebt moet u terug door de grens naar Oeganda om eerst daar te wisselen (Let wel, wij zijn verwend, zowel aan de grenzen als op Entebbe Airport zijn geen (werkende) geldautomaten. Toch wel handig zo´n vreemdeling die voor je aan het werk is. Als ik hem roep en vertel dat we terug moeten de grens over om geld te gaan wisselen pleegt hij een telefoontje en een kwartier later staat er een Oegandees voor onze neus met 100 dollar tegen een redelijke wisselkoers. Aangezien deze man ingehuurd is is dit ook het moment om de Tanzaniaanse koers met hem te overleggen en voor 30 euro Oegandese Shillingen voor Tanzaniaanse Shillingen te wisselen, als hij ons aflegt door verkeerde, te weinig of valse biljetten te leveren weten we hem te vinden via onze vreemdeling die inmiddels al aardig waardevol blijkt te zijn. Na de wisseltruck is met enorm veel vriendelijkheid van zowel de Oegandese als de Tanzaniaanse grenswachters en immigratiedouaniershet Visum voor Tanzania heel snel geregeld en zegt onze vriend dat daarmee zijn werk er op zit. We blijven met een stapeltje papier achter en hij vraagt alleen zijn salaris nog. Tip 2, weet wat een Oegandees in de villages en in de steden verdient en ga zo min mogelijk met pakken geld staan zwaaien. In Naalya, een dure wijk in Kampala betalen we 10.000 shilling voor het wassen van onze auto, waar drie man een uur lang bezig is, soms overdrijven we door 5.000 shilling tip te geven maar kleine klusjes worden ook met 1000 shilling beloond, een nachtwaker bij een Mzungu huis krijgt ca 300.000 shilling per maand dus als hij om z´n loon vraagt haal ik een viertal 5000 shilling biljetten uit mn zak en bied hem 10.000 aan. Uiteraard wordt hier bij de grens door blanken waarschijnlijk tot zelfs 100000 of meer betaald en is de klaagzang kort maar hevig. Uiteindelijk komen we overeen om de 20.000 die ik in mn handen heb na 15 geboden te hebben te overhandigen en zijn we allebei heel blij. Fijnom dit proces op deze manier uit handen gegeven te hebben en echt een zegen om binnen een uur over de grens te zijn. Nog geen 2 uur nadat we Masaka hebben verlaten rijden we in Tanzania. We komen nog een stuk of drie slagbomen tegen waar bij de eerste een zeer sympathieke grenswacht ons animeert met een lach en enthousiasme over zijn land. Een kleine honderd kilometer lang zien we de verschillen tussen Oeganda en Tanzania bijna niet. Het zijn de nuances. De iets beter geklede Tanzanianen, iets meer structuur, iets meer orde maar veelal dezelfde omgeving, dezelfde huisjes en een aangenaam goede weg waar we lekker snelheid vasthouden.

 

Tripadvisor heeft ons een hotel aangewezen in de enige grote plaats die nog op onze kaart van Oeganda te zien was. Hotel Kopling in Bukoba, waar u heerlijk kunt genieten van het uitzicht over de opkomende zon boven Lake Victoria. En dat konden we. Vanmorgen vroeg zat Jolan – Elizabeth – al op ons balkon naar de roestig rode kleur van de belichte wolken te kijken naar het steeds groter wordende gele bolletje dat zich verrees boven het Victoria meer. Een gigantisch meer waar we op uitkijken, net als op het eilandje vlak voor de kust. Het personeel is vriendelijk, het eten is goed, de kamer is geriefelijk. De TV hebben we heel even aangehad en al snel weer uitgezet, na 12 weken missen we die nog altijd niet. De waterkoker heeft hier binnen drie minuten ons water voor een bakkie koffie of thee, ten opzichte van een half uur wachttijd met de gebrekkige stroomaanvoer op Kavumba, het bed is stevig en tussen de hevige regenbuien door hebben we vanmiddag een lang rondje gemaakt door de klei bergen rond Bukoba met schitterende uitzichten over het meer en een mooie omgeving waarin het lijkt alsof het keien heeft geregend in deze bergen. In Bukoba zelf hebben we een paar chippies en wat chocola gekocht, die we lekker hebben opgepeuzeld tijdens het schrijven van dit relaas. Eigenlijk doe ik dit voor mezelf. Twee weken vakantie gaan heel snel voorbij en we maken veel mee. Door alles nog eens op papier de revue te laten passeren komen de verhalen weer tot leven en krijgen mijn hersens de tijd om alles nog eens rustig door te lopen. Dit sluit uiteraard de media waarde niet uit. Ik hoop dan ook dat de lezers van dit verhaal via www.onsnieuwekamp.nl of via www.facebook.com/bulamu.org er lol aan beleven om deelgenoot te zijn van onze belevenissen. Ik kan het ook niet laten om de lezer aan te moedigen om ons te helpen in onze lol en met name in de ondersteuning van de projecten die we starten zoals het Lamb4Lamb project in Fort Portal, dus wil je een (kleine) duit in het zakje doen dan staan we daar zeker voor open via paypal Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of via ING 5721854 te Pernis Onder vermelding van Gift R en J Voor giften uit Belgie gebruik IBAN NL54INGB0005721854 BIC INGBNL2A

 

Tot Ziens.

 

 

 


Game Accessoire Shop Stichting Bulamu GSM Accessoire Shop Gopherit _ Gopherit Ebay FB Bulamu Afrika Zending Across Outreach